Peter

Peter

“Mijn vrouw vertelde me dat ze verliefd is geworden op een vrouw. Het was alsof er een bom ontplofte binnen ons huwelijk. Dit had ik nooit gedacht. Wij hadden het zo goed samen en nu dit. Zij wist het al heel lang, maar durfde het niet te vertellen. Ik voelde een boosheid in me opkomen. Hoe nu verder? Allemaal vragen gingen door mij heen. Ik wil dat ze bij me blijft, maar kan dat wel en hoe dan? En als ze weggaat, hoe moet het dan met de kinderen?
Gelukkig zijn mijn vrouw en ik bij Orpheus terecht gekomen. Daar kon ik met andere partners praten, die in dezelfde situatie zaten. Mijn vrouw en ik hebben erg veel steun van Orpheus ervaren.
Peter, 52 jaar

Mario

Mario

Mario kent Orpheus sinds 2006. Hij werd destijds door zijn vrouw uit de kast getrokken en ging op zoek naar hulp. Via internet kwam hij op de website van Orpheus terecht en besloot als bezoeker naar een open avond te gaan.

“Achteraf wist ik eigenlijk al vanaf mijn twaalfde dat ik op mannenn val”, vertelt Mario. “Toen ik een jaar of twintig was, kwam ik al eens uit de kast en werd er door mijn pleegouders er net zo hard weer ingetrapt. Vervolgens durfde ik 37 jaar lang aan niemand meer te vertellen wat mijn geaardheid is. Totdat mijn vrouw vermoedens kreeg en mij op mijn 57ste uit de kast trok. De eerste keer dat ik in Noord-Holland naar een open avond ging, kwam mijn vrouw mee. Samen hadden wij hier ontzettend veel aan. We kregen steun en ik leerde ervan. Vooral dat ik echt mocht zeggen hoe en wie ik ben. De herkenning en ook de erkenning waren belangrijk voor mij. Net als de sfeer, bijna als een huiskamer; het was een veilige haven. Ook van de andere aanwezigen, die met dezelfde problemen worstelden, leerde ik veel. Natuurlijk wist ik wel dat ik niet de enige ben die zo is, maar ervaren is anders dan weten. Op een gegeven moment vond mijn vrouw dat ze niets meer haalde op zo’n avond en stopte. Ik ben doorgegaan. Niet dat ik er nog wat haalde, eerder in een brengende rol.

Mario is bestuurslid geweest en nog steeds enthousiast vrijwilliger. Hij verzorgt de open avonden van Den Haag en Haarlem. “Uiteindelijk heeft het hulpverlenen bij Orpheus me nóg meer gebracht dan het hulp zoeken. Het geeft energie om mensen verder te kunnen helpen. Bijvoorbeeld tijdens het mannenweekend of aan de telefoon. De gouden regel hierbij is: “Wij sturen niemand, maar proberen iedereen een eigen oplossing te laten vinden.”

Lourens (61) kwam uit de kast

Lourens (61) kwam uit de kast

Het is ruim tien jaar geleden dat hij aan zijn vrouw en kinderen vertelde dat hij homo was. Lourens:
“Het heeft 35 jaar geduurd voor ik de waarheid aan mezelf durfde toe te geven. Pas toen kon ik het delen met mijn omgeving.”
Ik was rond de veertien toen ik voor het eerst een bepaalde verliefdheid voelde voor een jongen. Het waren heel verwarrende gevoelens waar ik niet blij mee was, niemand in mijn omgeving was zoals ik. Ik wist in die tijd ook weinig van homoseksualiteit. Je had Albert Mol, maar in die nichterigheid kon ik geen herkenning vinden. Er werd ook vaak heftig op homo’s gereageerd: die waren ‘van de verkeerde kant’ en flikker was een veelgebruikt scheldwoord. Niemand mocht dan ook van mijn gevoelens weten, besloot ik. Ook mijn familie niet: ik groeide op in een Amsterdams arbeidersmilieu. Mijn familieleden zouden dat nooit accepteren, dacht ik toen.”

Jehova's getuigen

“Maar ik accepteerde het vooral zélf niet, drukte mijn gevoelens weg en deed er van alles aan om ‘normaal’ te worden. Ik heb altijd een sterk godsbesef gehad en rond mijn twintigste kwam ik in aanraking met Jehovah’s Getuigen. Homoseksualiteit wordt door de bijbel afgekeurd. Dat maakte acceptatie er voor mij alleen maar moeilijker door. Maar ik zag Jehovah’s Getuige worden als een nieuw begin, een schone lei en hoopte dat God mijn gevoelens wel weg zou nemen. Het zou volgens die leer bovendien niet lang meer duren voor Gods Koninkrijk op aarde zou komen: de aarde zou een paradijs worden, waar geen homoseksualiteit bestaat.”

Getrouwd, twee kinderen

“Op mijn 27ste leerde ik daar mijn vrouw kennen. Een ontzettend lieve en aardige meid. Liefde was er zeer zeker. Twee jaar later zijn we getrouwd. En we hádden tijdens ons huwelijk zeker een gelukkige tijd. We kregen twee kinderen, een dochter en een zoon. Maar hoe dichter ik de vijftig naderde, hoe meer ik weer in de knoop kwam met mezelf. Gods Koninkrijk zou snel komen, maar die voorspelling kwam niet uit. Ik ging twijfelen of de Getuigen werkelijk Gods uitverkoren volk waren en dacht ook: waarom wordt homoseksualiteit veroordeeld? Het is geen keuze, je bent het. En toen kwamen mijn gevoelens weer terug, sterker dan ooit.”

Alle moed verzameld

“Ik heb op een gegeven moment al mijn moed verzameld en het aan mijn vrouw verteld. Dat sloeg natuurlijk in als een bom. Zeker toen ze hoorde hoe lang ik al met mijn homoseksualiteit had rondgelopen. Maar ik vertelde haar ook dat ik altijd monogaam was geweest. En dat ik tóch bij haar wilde blijven, omdat ik nog steeds van haar hield. Het was een verdrietige periode, maar de ‘kast’ ging langzaam open, ik kreeg weer lucht.”

Leven in een leugen

“Want los van alle verdriet voelde ik zelf vooral een enorme opluchting. Ik had altijd in een leugen geleefd. Ik vertelde het persoonlijk aan iedereen die me dierbaar was, ook anderen in mijn omgeving. Ik wilde ook met lotgenoten praten en ben toen naar een open avond van Orpheus gegaan, een landelijke vereniging voor hulpverlening bij homo- en biseksualiteit in man-vrouwrelaties. Daar trof ik mensen die begrepen hoe ik me voelde, ik hoefde me daar niet te verontschuldigen of te schamen. Er was begrip!”

Liefde en genegenheid

“Op mijn 55ste zijn mijn vrouw en ik toch uit elkaar gegaan. Voor de buitenwereld de schijn ophouden van hetero zijn, kon en wilde ik niet meer. De relatie met mijn ex-vrouw is nog steeds hecht, we voelen nog heel veel liefde en genegenheid voor elkaar. We zien elkaar wekelijks en zijn samen oppas opa en -oma voor de kleine van mijn dochter. Voor mij is mijn coming out enorm goed geweest. Ik zou tegen anderen willen zeggen die met hetzelfde gevoel worstelen: stop ermee om jezelf te veroordelen en te verloochenen. Je bent wie je bent!

Erik

Erik

Ik ben er pas een paar jaar geleden voor uit gekomen dat ik homoseksueel ben, hoewel ik achteraf kan zeggen dat ik het eigenlijk al heel lang wist. Met mijn vrouw kon ik er niet goed over praten. Na 18 jaar huwelijk zijn we helaas gescheiden. Ik woon nu alleen en na een moeilijke tijd is het contact met mijn ex-vrouw met sprongen vooruit gegaan. Wij hebben het co-ouderschap goed geregeld en mijn dochter van 12 en zoon van 14 wonen om de week een week bij mij. Ik vind het heerlijk dat ik nu een fijne vader voor ze kan zijn en mijn leven als homo een eigen inhoud kan geven. Ze weten hoe ik ben en hebben, net als mijn ex en ik, veel aan Orpheus gehad. Dat vind ik erg goed aan Orpheus, dat ze er niet alleen zijn voor de persoon die ontdekt homo of lesbisch te zijn, maar ook voor de partner en de kinderen. Bij Orpheus kun je vrijuit praten en wordt er naar je geluisterd, zonder dat je lastig gevallen wordt met oordelen en vooroordelen.

Erik

Els

Els

Toen mijn moeder mij vertelde dat ze lesbisch is, schrok ik me wezenloos. Mijn eigen moeder, dat kan toch niet?! Ik wilde er eigenlijk niets van weten. Ik kon dat toch niet aan mijn vrienden en vriendinnen vertellen, wat zouden ze wel niet denken? Ik schaamde me rot. Op een gegeven moment ben ik naar een weekend van Orpheus gegaan. Daar komen allemaal kinderen bij elkaar die een moeder of vader hebben die homoseksueel is. Het was een hele opluchting om te kunnen vertellen hoe ik het vond dat mijn moeder lesbisch is. Door alle gesprekken weet ik nu gelukkig dat mijn moeder eigenlijk niet echt veranderd is. Ik denk wel dat ze meer zichzelf is geworden, omdat ze open en eerlijk met haar gevoelens om kan gaan.

Els

Elly

Als blijkt dat je man van mannen houdt.

Dit verhaal was onderdeel van de tekst van de lezing, die Elly Baan heeft gehouden op het symposium op 20 oktober 1990, ter gelegenheid van het 20 jarig bestaan van Orpheus.
Het is het verhaal van haar relatie met haar homoseksuele echtgenoot.
Het is een poging om te beschrijven hoe ik, als heterovrouw, de ontdekking van de homoseksualiteit van mijn echtgenoot beleefd heb, waar ik tegenaan gelopen ben en welke rol ORPHEUS gespeeld heeft in het helpen verwerken en het zoeken van mijn eigen weg. Het is een uiterst subjectief verhaal, geschreven vanuit mijn beleven van de situatie, en als mijn ex in dit verhaal voorkomt als egocentrisch en zelfzuchtig, bedenk dan dat ook hij pijn gekend heeft, geworsteld heeft met zijn schuldgevoelens tegenover mij, tegenover zijn vriend en tegenover de buitenwereld.

Het is nu ongeveer tien jaar geleden. Wij, dat wil zeggen m'n ex Paul en ik, vormden samen met onze twee kleine kindertjes een gezinnetje als vele andere. We kwamen beiden uit de zestigerjarentraditie waarin wat relaties betreft ongeveer alles kon.
Die opvatting hadden we nooit echt losgelaten, maar omdat we naast onze baan en ons gezin beiden ook nog actief waren in allerlei organisaties, bleef er geen tijd en energie over voor een andere dan onze relatie samen. En ik voelde me daar prima bij.
Zo stonden de zaken ervoor toen Paul vertelde dat een homovriend van ons hem gevraagd had of hij niet eens een nachtje wilde komen slapen. Wat ik daarvan vond, was zijn vraag. "Probeer het maar eens uit", was mijn reactie, met in mijn achterhoofd: hij vindt er toch niets aan, want hij is niet zo.
Hij vond er wel wat aan. In die nacht werden zijn homogevoelens uit een diepe slaap wakker gekust, zo ongeveer als in het verhaal van Doornroosje. En hoewel zijn relatie met die vriend tot op de dag van vandaag voortduurt, heeft de rest van m'n verhaal wat minder weg van een sprookje. De verandering in Paul bracht ons in een situatie waar we niet om gevraagd hadden, en waar we absoluut niet op voorbereid waren. We hadden geen idee hoe we er uit moesten komen. We konden ons niet spiegelen aan situaties om ons heen. We kenden niemand met zo'n relatie.

Een wir-war van gevoelens en vragen kwamen op me af. Is hij echt homo of is hij biseksueel? Vindt hij vrijen met z'n vriend fijner dan vrijen met mij? Waarom wil hij nog met mij vrijen? Wil hij dat nog wel? Hij zegt dat hij nog evenveel van me houdt als vroeger. Is dat wel zo? Waarom doet hij me dit dan aan? Kunnen we bij elkaar blijven of is het beter om te gaan scheiden?

Buiten de problemen rond Paul’s homoseksualiteit was alles prima thuis. We konden uitstekend met elkaar overweg. We hadden veel gezamenlijke interesses. We hielden allebei veel van de kinderen, we hadden veel aan elkaar. Thuis was echt thuis voor ons. Kortom, een prima huwelijk verder. Moesten we, wilden we dat allemaal opgeven? Het heeft heel lang geduurd en we hebben er allebei hard voor geknokt om bij elkaar te kunnen blijven, totdat een breuk onontkoombaar bleek. Een van de moeilijke kanten van een Orpheussituatie is, dat er niemand in je omgeving is aan wie je een klankbord hebt. Natuurlijk kun je praten met goede vrienden en familie, maar echt begrijpen ………
De reacties komen neer op: "Wat is het allemaal ellendig voor je", "Wat goed dat je het toch nog probeert", "Wat sterk datje het volhoudt, ik zou het niet kunnen", tot: "Ik zou het niet nemen, ik was er allang mee gestopt". Hoe goed mensen het vaak ook met je menen, hoe goed ze het ook bedoelen, je kunt niets met die reacties. Er is niets om op terug te vallen. Dat brengt je in een isolement. Want bij wie kun je terecht met het verdriet dat je voelde toen je je man met z'n vriend hoorde bellen, of de eenzaamheid die je voelde toen je voor het eerst zag dat ze elkaar zoenden?

Er waren dingen die ik van mezelf niet begreep. Paul was voor z'n werk vaak 's avonds weg en soms ook was hij een aantal dagen achter elkaar in het buitenland. Daar had ik geen enkel probleem mee. Maar als hij een avond en nacht bij z'n vriend was, dan liep ik thuis letterlijk met m'n hoofd tegen de muur. Dan voelde ik me wanhopig en in de steek gelaten en kwamen weer de twijfels en angsten naar boven. Natuurlijk hebben we gepraat, veel gepraat. Nachtenlang probeerden we onze gevoelens aan elkaar duidelijk te maken zonder dat het echt lukte. Er is een tijd geweest dat ik Paul ervan kon overtuigen dat ik echt niet verder kon zo, dat ik de situatie niet vol kon houden. Toen besloot hij het uit te maken met z'n vriend. Er viel een loden last van m'n schouders. Gelukkig, die ellendige tijd was voorbij! Nu konden we weer aan de toekomst denken, ik was weer gelukkig!
Maar die euforie duurde niet lang, want wat ik niet wist was dit: van een persoon kun je afscheid nemen, al doet het pijn. Maar je eigen homoseksuele verlangens blijven. Langzaam werd duidelijk dat Paul niet gelukkig en opgelucht was, en dat hij dat ook niet zou worden, zo. Dat was ook weer niet de bedoeling, we moesten allebei gelukkig zijn. Dus maakte hij het weer aan met z'n vriend. Wat we wilden leek onmogelijk, tenzij ik zou veranderen, zou kunnen accepteren dat Paul behalve van mij ook van z'n vriend hield. Dat ik niet de enige was die een onmisbare plaats in zijn leven innam.

Ik probeerde het, en heel langzaam leek het te gaan lukken. Maar er was bij Paul ook een ontwikkeling gaande. Hij wilde steeds meer ruimte voor z'n homokant. Er waren momenten die veel pijn deden. Wij hadden geen trouwringen. Paul vond dat allemaal onzin. Hij had er geen behoefte aan om aan de buitenwereld zo duidelijk te tonen dat wij bij elkaar hoorden. Ik had daar nooit problemen mee, totdat er iets gebeurde waardoor ik er anders over ging denken. Paul en z'n vriend kochten allebei eenzelfde oorring en droegen die in het zelfde oor, zodat iedereen kon zien dat zij iets gemeenschappelijks hadden waar ik buiten stond. Iedere ruimte die ik kon forceren door meer te accepteren en meer m'n blik naar buiten te richten, werd meteen door Paul ingevuld. Hij wilde een deel van de feestdagen doorbrengen met z'n vriend, Kerstmis, Oud en Nieuw. Hij wilde op vakantie met z'n vriend.
Ik hing voortdurend aan de rem. Achteraf realiseer ik me dat het voor hem zeer benauwend moet zijn geweest. Altijd beklemd zitten tussen twee mensen van wie je houdt, en die beiden aan je trekken, en weten dat er altijd iemand is die jij de rug toekeert. Voor mij was het iedere keer weer een beetje meer inleveren, weer afscheid nemen van iets dat ik altijd als iets exclusief van ons tweeën had beschouwd.

Na de ontdekking van homoseksuele gevoelens bij jezelf is het uitkomen voor je gevoelens een noodzaak. Je wilt de mensen die je zeer na zijn, je kinderen, je ouders, broers en zusters, je schoonfamilie, je vrienden deelgenoot maken van je nieuw ontdekte gevoelens. Tegelijkertijd is er de angst om door je homoseksualiteit afgewezen te worden door de mensen die zo belangrijk voor je zijn. In gesprekken met familie en vrienden heeft Paul verteld van z'n homoseksualiteit, en gelukkig werd hij door niemand afgewezen. Toen we later in Orpheus terecht kwamen hoorden we uit vele verhalen dat dat ook anders kan. Daar heb ik het verdriet gezien van mensen die, na de worsteling met zichzelf om de zich opdringende homoseksuele gevoelens, en na de pijn die het gaf om het aan hun partner te vertellen, door ouders broers of zusters of andere mensen van wie ze hielden afgewezen werden. De druk die zo'n veroordeling legt op jezelf als homoman of lesbienne, maar ook op je partner en op je kinderen, is vreselijk. Tijd zou alle wonden moeten helen, maar soms is de kloof zo diep, dat eeuwen nog niet genoeg zouden zijn. Die pijn is ons gelukkig bespaard gebleven.

Maar de acceptatie van Paul's homogevoelens door onze omgeving ging gepaard met de acceptatie van Paul's vriend. Hij werd de familie binnengehaald. Dat was voor mij een moeilijk punt. Angst om mijn plaatsje in zijn familie te verliezen drong zich op. Angst om door Paul's vriend verdrongen te worden bij familie en vrienden van wie ik hield en houd. Gelukkig was het bespreekbaar, maar het bleef pijnlijk. Die angst heeft een rol gespeeld totdat ik besloot om met de relatie met Paul te stoppen. Toen merkte ik dat mensen niet om me gaven omdat ik bij Paul hoorde, maar om mezelf.

Zeven jaar hebben we met z'n tweeën geworsteld met het Orpheusprobleem. Al die tijd hebben we gezocht naar een situatie waarin we bij elkaar konden blijven en ons alle twee gelukkig voelen. Ik probeerde mezelf steeds weer te forceren om een bepaalde oplossing mogelijk te maken. Vaak heb ik verzucht: "Was ik maar lesbisch, dan zou het wat makkelijker zijn." Maar ik ben en blijf zo hetero als wat. Een voor de hand liggende gedachte was dat het evenwicht in onze relatie hersteld zou worden als ik ook een vriend zou hebben. Daar kwam bij dat ik verlangde naar iemand bij wie ik even weg kon schuilen voor het eeuwige verdriet. Een aantal keren heb ik een vriend gehad. In die periodes voelde ik me gelukkiger, en leek de situatie houdbaar. Dat waren de momenten waarin Paul meer ruimte kreeg voor zijn relatie. Toch werkte ook deze oplossing niet. De relatie met Paul kostte zoveel aandacht, inzet en energie, dat er maar weinig over bleef voor die ander. Bovendien: ik was een getrouwde vrouw met kinderen- wat had die ander van mij te verwachten? Als zich dan ook een situatie voordeed waarin die vriend kon kiezen tussen mij en iemand met wie hij wel een toekomst te delen had, dan was de keuze niet moeilijk.

Als zo'n relatie weer uit was, dan kelderde ik weer diep naar beneden, had ik spijt van de extra ruimte die ik Paul gegeven had, en die niet meer terug te nemen was. Dan voelde ik me eenzamer dan ooit. Op een gegeven moment zagen we geen uitweg meer- of toch? Al een aantal keren hadden we een advertentie zien staan van Orpheus - vereniging voor homo- en biseksualiteit in huwelijk en relatie. Paul wilde daar gaan praten, maar ik had grote twijfels. Vóór homo- en biseksualiteit - wat moest ik daarmee? Toch zijn we gegaan, om deze laatste strohalm te grijpen. Achteraf besef ik dat we ieder met onze eigen verwachtingen naar Orpheus gingen. Ik in de hoop dat de mensen me zouden steunen om Paul duidelijk te maken dat hij meer rekening met mij moest houden en Paul hoopte dat ik in Orpheus zou leren zijn homoseksualiteit te accepteren. Alle twee hoopten we dat we daar zouden leren hoe "het" moest. Zó heeft het niet gewerkt.

Toch is Orpheus van onschatbare waarde voor ons geweest. Voor mij was het een gigantische opluchting om eindelijk te kunnen praten over m'n verdriet, m'n angsten, m'n pijn en vooral m'n boosheid. In Orpheus zijn mensen die begrijpen waar het over gaat en hoe het voelt. Mensen die geen partij kiezen maar je aanhoren, je verdriet delen, je troosten. Zo kwam er eindelijk een eind aan het isolement waarin ik jaren gezeten had. Er waren mensen die net als ik veel moeite hadden met de homogevoelens van hun partner - het was dus niet zo dat ik truttig of bekrompen was. Het gevoel van verbondenheid met elkaar, het respect voor elkaar en elkaars keuzes, de stimulans om door te gaan, en het opvangen van elkaar in de moeilijkste momenten, dat alles is tekenend voor het gebeuren binnen Orpheus. De vriendschappen die daar begonnen zijn betekenen nog steeds heel veel voor me. In de tijd die nu volgde maakten Paul en ik een nieuwe ontwikkeling door - maar een heel andere dan ik verwacht had. We namen deel aan een gespreksgroep. Achteraf vind ik het moeilijk om aan te geven wat daar precies gebeurd is. Wel weet ik dat het eindresultaat was dat Paul nog meer ruimte voor z'n homoseksualiteit wilde, en dat ik probeerde niet meer aan de rem te hangen.

In die tijd gingen we voor het eerst naar een weekend. Paul naar een homoweekend, en ik herinner me nog goed hoe hij terug kwam: in een totale euforie en volkomen onbereikbaar voor mij. Na een week heb ik hem met veel geestelijk geweld teruggehaald naar de realiteit, iets dat hij me bepaald niet in dank afnam. Ik herinner me van mijn eerste heteroweekend dat ik bij de evaluatie op de flap schreef dat ik inzag dat ik Paul niet langer voor mijn geluk verantwoordelijk kon stellen, maar dat ik daar zelf voor moest gaan zorgen. Dit inzicht was volkomen in strijd met de ideologie waarin ik grootgebracht ben, en die zo treffend wordt weergegeven in het volgende versje dat een lagereschool-vriendinnetje in m'n poesiealbum schreef:

Lieve Elly De bloempjes ze bloeien zo lieflijk en blij, Dat steeds je leven als een bloemeke zij, Pluk dankbaar de bloemen die het leven je geeft, Pluk bloemen voor and'ren zolang als je leeft.

Het loslaten van die levensvisie heeft me heel wat moeite gekost. Kenmerkend voor het Orpheusgebeuren is, dat het voor de ene partner, ondanks de pijn, een ontdekking en verkenning van nieuwe mogelijkheden vormt, terwijl het voor de andere partner een stuk afscheid nemen is. Tekenend is het dat de homopartners onder elkaar over soortgenoten praten en de hetero's over lotgenoten. De acceptatie van de homoseksualiteit van je partner gaat gepaard met het besef van het verlies van een stuk aandacht, intimiteit en seksualiteit. Wat ik gemist heb in Orpheus is de aandacht hiervoor en de steun in het zoeken naar mogelijkheden om die leemtes op te vullen. Gelukkig is dat in hoog tempo aan het veranderen, zodat er ook voor de heteropartner een link komt naar nieuwe perspectieven. Langzamerhand begon ik het geloof te verliezen dat Paul nooit echt voor z'n vriend zou kiezen. De gelukkige momenten in m'n leven werden steeds schaarser en er zijn tijden geweest waarin ik niet meer wist hoe geluk voelde. Ik werd steeds minder weerbaar en toen Paul voor de helft van de tijd bij z'n vriend wilde gaan wonen had ik geen energie meer om me effectief daartegen te verzetten. Lichamelijke klachten staken de kop op en van de huisarts kwam voor het eerst de suggestie dat er iets drastisch moest, veranderen in mijn leven.

Binnen Orpheus vond ik steun. Ik heb ondervonden wat het betekent om in je moeilijkste momenten altijd mensen te kunnen bellen die je weer wat moed kunnen geven. Langzamerhand wezen de gesprekken steeds meer dezelfde kant op: je moet ermee stoppen -het gaat niet langer zo. Uiteindelijk heb ik met de moed der wanhoop de knoop doorgehakt: ik wilde scheiden. Die beslissing kwam voor Paul als een donderslag bij heldere hemel. Terwijl ik in de eerste tijd na onze scheiding opleefde, kwam hij in een dal terecht. Dat duurde echter niet lang. Hij leefde op en langzaam maar zeker kwam ik in een depressie terecht. Het verdriet, de eenzaamheid, de boosheid van jaren kwam nu los en het was niet meer te stuiten. Alle gevoelens die ik jarenlang niet toe kon laten omdat ze niet pasten in de relatie met Paul, kwamen nu in grote golven over me heen. Het was een angstige tijd, ik had het gevoel dat ik alles wat er te beleven viel al meegemaakt had, dat het leven me niets meer te bieden had. Ik was moe, heel moe. Het enige dat me op de been hield was het verantwoordelijkheidsbesef naar de kinderen toe. Ik moest er doorheen, en met hulp van heel goede vrienden en vriendinnen, en met gesprekstherapie is het me gelukt. En hoe.

Ik ben er sterker dan ooit uitgekomen, met de wetenschap dat als er weer moeilijke momenten komen, ik ook die het hoofd zal kunnen bieden. Ik weet dat ik door m'n ervaringen andere mensen veel te bieden heb aan begrip, warmte en steun. Ik besef nu dat geluk niet iets is dat je van anderen krijgt, maar dat het in jezelf zit, en dat niemand je dat kan afpakken. De hechte, warme vriendschappen die ik uit de mij achterliggende periode overgehouden heb, beschouw ik als een grote rijkdom. En soms, als ik heel eerlijk tegenover mezelf ben, dan denk ik wel eens: Stel dat Paul niet homoseksueel geweest was, en stel dat we nooit in Orpheus terechtgekomen waren, dan was m'n leven weliswaar veel gemakkelijker geweest, maar had ik dan niet veel, heel waardevolle momenten gemist in m'n leven?

oktober 1990 Elly Baan

Coming out

Coming out

“Toen ik voor de tweede keer verliefd werd op een vrouw, kwam bij mij pas de realiteit naar boven. Ik was getrouwd, had twee kleine kinderen en voelde me niet gelukkig.
Mijn gevoelens waren zo heftig dat ik geen raad meer wist met mezelf. Ik besloot daarom naar een psycholoog te gaan om mijn gevoelens voor vrouwen uiteindelijk uit te spreken. Dit was voor mij heel erg moeilijk, omdat ik vooral problemen had om mijzelf te accepteren.
Tijdens onze gesprekken bleek dat ik graag in contact zou komen mensen die in dezelfde situatie zaten als ik. Zodoende is mijn psycholoog op zoek gegaan voor mij en kwam ze met de website van Orpheus.
Met veel moed heb ik uiteindelijk de telefoon gepakt en gebeld. Tijdens dit gesprek werd ik uiterst serieus en warm geholpen. Toen heb ik besloten naar de maandelijkse bijeenkomst te gaan.
De eerste keer was dat erg moeilijk, maar ik vond het fijn dat ik niks hoefde te zeggen. Ik heb alleen geluisterd. Wat ik daar hoorde was voor mij een soort openbaring. Je bent niet alleen met dit “probleem”. Je herkent je in de verhalen en je krijgt veel erkenning. Hierdoor voelde ik me gesterkt en heb ik na een paar bezoeken aan mijn man mijn geaardheid durven toegeven.
Ik kom er nu al een paar jaar, geen avond gemist. Hoewel het soms ingrijpend is, het geeft me kracht en ik kan met mijn verhaal ook anderen helpen.

Biseksueel en getrouwd

Biseksueel en getrouwd

“Na jaren van ontkennen en wegstoppen kom je uiteindelijk toch uit de kast: ja, ik val op vrouwen én mannen. Dit was zeer moeilijk.
Een hele opluchting voor mij maar dan begint het pas. Ik ben getrouwd en heb twee prachtige dochters. Deze mensen zijn me zeer dierbaar en ik wilde ze niet kwetsen. Ik wilde hen dat enorme verdriet niet aan doen. Maar zo verder gaan ging echt niet meer. Echt niet, met zoveel liefde omringd en toch eenzaam zijn.
Na vele gesprekken met hulpinstanties kwamen we op een punt dat we allebei iets hadden van: “hier komen we niet verder mee”. Vooral omdat we ondanks alles voor elkaar gekozen hadden en bij elkaar willen blijven.
Via een tante kwamen we op de site van Orpheus terecht. Na wat aarzelen hebben we toen een afspraak gemaakt om een open avond te bezoeken.
De eerste keer was spannend maar ook gelijk een thuiskomer. Eindelijk hoorde je ook verhalen van anderen en zag je herkenning en erkenning. We konden dingen beter plaatsen, elkaar beter gaan begrijpen, al was dat niet altijd even makkelijk.
Eer wordt nu veel opener over gesproken tussen ons, het hele item is bespreekbaar met respect en vertrouwen naar elkaar, wat zeer belangrijk is.
Door de diverse open avonden hebben we duidelijk elkaars grenzen gesteld waar we allebei mee kunnen leven. Deze Orpheus avonden hebben er zeker aan bijgedragen dat ik weer wat meer rust heb gevonden, maar ook mijn vrouw, en dat er weer rust en stabiliteit is in ons huwelijk.
Wij kunnen nu weer verder met elkaar, al is het niet altijd de makkelijkste weg, maar zeker de moeite waard. Ik hou van haar, ze is mijn maatje, ook in mijn hart.

Anneke

Anneke

Na 25 jaar huwelijk kwam ik erachter dat ik op vrouwen val. Het was een enorme schok toen ik verliefd werd op een vrouw. Mijn hele leven stond ineens op zijn kop. Ik moest het mijn man en kinderen wel vertellen, maar hoe pak je zoiets aan? En hoe zullen mijn familie, mijn vrienden en collega’s reageren? Aan de ene kant viel alles op zijn plaats toen ik ontdekte dat ik lesbisch ben, maar tegelijkertijd had ik geen idee hoe ik ermee verder moest. Via een advertentie in de krant ben ik bij Orpheus terecht gekomen. Ik kon bellen met een vrouw die in dezelfde situatie heeft gezeten en zij heeft mij enorm gesteund. Ze begreep wat ik doormaakte en voelde precies aan met welke vragen ik worstelde. Mijn man en ik hebben een gesprek met haar gehad en daarna zijn we samen naar een gespreksgroep van Orpheus gegaan. Het heeft ons goed gedaan er met anderen over te kunnen praten die in dezelfde situatie zitten. Sommige mensen willen samen verder gaan, ondanks de homo / lesbische gevoelens. Mijn man en ik hebben besloten apart te gaan wonen. Gelukkig zijn we ‘maatjes’ gebleven en gaat het ook met de kinderen goed. We zijn blij dat we bij Orpheus terecht zijn gekomen. Anneke

Schuiven naar boven